Ouderdomspensioen

Je bent jong en nog helemaal niet bezig met later, als je niet meer hoeft te werken. Waarom zou je ook, het is toch nog zo ver weg en de pensioenleeftijd wordt alleen maar hoger. Toch kun je niet vroeg genoeg beginnen met je oudedagsvoorziening. Hoe soberder de regelingen worden, hoe meer je zelf zult moeten regelen om later voldoende inkomen te hebben. Een belangrijke bron van inkomen later is je ouderdomspensioen. Als je weet hoe dit geregeld is, kun je daarna bepalen wat je nog extra nodig hebt.

Wat is een ouderdomspensioen?

Het ouderdomspensioen is het pensioen dat je bij elkaar spaart als je werkt. Jij en je werkgever betalen premie aan een pensioenfonds of pensioenverzekeraar. Die premie wordt belegd. Tegen de tijd dat jij de pensioengerechtigde leeftijd hebt bereikt, worden uit dat gegroeide premiepotje de pensioenuitkeringen betaald.

Het ligt aan het soort pensioenregeling dat je hebt, of je van tevoren weet hoeveel je krijgt. Heb je een beschikbare premieregeling, dan wordt de hoogte van je pensioen pas vastgesteld als je met pensioen gaat. Zijn de beurskoersen net flink gedaald en staat de rente op dat moment laag, dan heb je pech en krijg je een lage uitkering. Maar je kunt ook geluk hebben. Heb je bijvoorbeeld een middelloonregeling, dan weet je precies hoeveel je gaat krijgen.

Waar bestaat ouderdomspensioen uit?

Het ouderdomspensioen zelf is puur het pensioen dat je krijgt na je pensionering. In de meeste regelingen zijn echter nog allerlei extra voorzieningen opgenomen. Zo spaar je voor een nabestaandenpensioen, of is dit meeverzekerd. Op die manier zijn ook je partner en kinderen voorzien van een inkomen mocht jij onverhoopt komen te overlijden.

Daarnaast kan het zijn dat er een arbeidsongeschiktheidsdekking is meeverzekerd in je pensioen. Als je arbeidsongeschikt wordt, hoef je dan geen pensioenpremie meer te betalen en krijg je een extra uitkering. Wat er allemaal precies voor je geregeld is, staat in je pensioenregeling.

Wanneer gaat het ouderdomspensioen in?

Je ouderdomspensioen gaat in op het moment dat in je pensioenregeling genoemd staat. Vroeger was dat meestal de AOW-leeftijd. Sinds die leeftijd langzaam stijgt, gaan veel pensioenen pas in op de leeftijd waar de AOW-leeftijd naartoe stijgt: 67 jaar. Veel pensioenregelingen bieden echter de mogelijkheid om het pensioen eerder of later in te laten gaan. Wil je je pensioen eerder ontvangen, dan krijg je wel minder. Bovendien moet je er rekening mee houden dat de belastingtarieven minder gunstig kunnen zijn als je de AOW-leeftijd nog niet hebt bereikt.

Scheiding

Als je in gemeenschap van goederen bent getrouwd, dan heeft je partner recht op de helft van het ouderdomspensioen dat je tijdens het huwelijk hebt opgebouwd. Evenzo heb jij recht op de helft van het pensioen van je partner. Zolang jullie getrouwd zijn, merk je daar niets van. Als je gaat scheiden, kan je partner zijn/haar deel opeisen. Wil je dit niet, dan zullen jullie dat bij de scheiding moeten regelen.

Hoeveel ouderdomspensioen krijg ik?

Hoeveel je krijgt, kun je terugvinden in je UPO. Jaarlijks krijg je dit document van je pensioenfonds of -verzekeraar. Als je een gegarandeerd pensioen hebt, dan staat het gegarandeerde bedrag erin genoemd. Ook staat er wat je krijgt als je tot de pensioendatum tegen dezelfde voorwaarden blijft werken. Is je pensioen niet zeker, dan vind je in je UPO een indicatie.

Vind je je pensioen te laag? Dan zul je ofwel meer moeten gaan verdienen, ofwel je pensioen moeten uitstellen. Als een opgebouwd partnerpensioen deel uitmaakt van je pensioenregeling, dan kun je dat meestal uitruilen tegen extra ouderdomspensioen. Wel eerst even met je partner overleggen, natuurlijk!